Functioneren is compenseren, maar ook jezelf blijven

Je draai vinden op het werk kan met autisme - en in mijn geval ook ADHD - een heuse uitdaging zijn. Ik werk nu bijna 3 jaar voltijds als online marketeer en doe mijn werk graag. Maar om te functioneren moet ik heel wat compenseren.

Een job aanleren is eigenlijk het gemakkelijkste deel omdat het doorgaans iets is waar je goed in bent, voor hebt gestudeerd of ervaring mee hebt. In het bedrijf waar ik werk ben ik begonnen als copywriter en vervolgens overgeschakeld naar e-mail marketing. Ik heb in die periode een tijdje nauw met klanten moeten samenwerken en heb toen ontdekt dat (telefonisch) contact onderhouden met mensen van buiten het bedrijf niet bepaald mijn ding was. Nu werk ik als social media marketeer. Ik maak advertenties en landingspagina’s voor sociale mediakanalen zoals Facebook en Instagram. Dat betekent dat ik enerzijds mijn creatieve lusten kan botvieren *n anderzijds mijn analytisch denkvermogen kan aanspreken bij het beoordelen van de resultaten. Deze combinatie zorgt er ook voor dat ik voldoende variatie heb.
Lastiger is het leren omgaan met dingen zoals een slechte concentratie, veranderingen of flexibel moeten zijn, maar ook met zaken waar je niet op kan filteren bij je zoektocht naar werk. Ik denk aan de bedrijfscultuur, de indeling van het kantoorlandschap, je zitplaats, collega’s enz. Om het hoofd te bieden aan al deze uitdagingen en mijn kwaliteiten ten volle te kunnen benutten voor mijn werk, heb ik een hele resem coping mechanismen ontwikkeld.

Plannen is het overzicht bewaren

Een planning is voor mij een cruciale houvast om zaken niet uit het oog te verliezen, deadlines of targets te halen en efficiënter te kunnen werken. Voor mijn weekplanning heb ik een template gemaakt die ik elke week afdruk en maar hoef in te vullen. Wekelijks terugkerende taken staan er dan al in._In de bovenste helft van mijn planning deel ik mijn taken in per categorie. In het onderste stuk verdeel ik mijn taken over de dagen van de week. Op maandag zet ik de grote lijnen uit en pas op het einde van elke werkdag maak ik een concretere planning voor de dag erna. Zo kan ik het beste omgaan met veranderingen en dringende taken die zich plots aandienen. Wanneer ik mij overweldigd begin te voelen door de hoeveelheid werk die op mij afkomt, stel ik een strakke dagplanning op met een tijdsindeling. Dit geeft mij vaak rust omdat ik dan zwart op wit kan zien dat het haalbaar is om alles gedaan te krijgen en zo blijf ik ook beter gefocust.

Checklists afvinken

Voor meer complexe taken of lange processen met veel aandachtspunten waar je je hoofd moet bijhouden of waar een foutje snel gemaakt is, kan het handig zijn om een checklist of stappenplan te maken dat je kan afvinken. Enerzijds ter controle en anderzijds om terug te vinden waar je was gebleven voor je werd onderbroken of afgeleid. Ik heb zo’n checklist gemaakt voor de meer technische kant van mijn job en ik zou het niet meer kunnen missen.

Tijdsindeling en minideadlines

Ik begin de werkdag graag vroeger dan de rest. Dan is het nog rustig en is er minder afleiding. De lastigste taken voer ik het eerst uit of plan ik op momenten dat mijn concentratie het hoogst
is. Grote taken die aanvoelen als een berg waar je liever niet aan begint? Die deel ik op in kleine deeltaken en geef ik minideadlines. Zo lijkt het werk beter doenbaar en heb ik bij elke
minideadline de voldoening dat ik iets hebt afgewerkt. Elke deadline geeft bovendien een zekere tijdsdruk waardoor ik productiever ben.

Anticipeer op veranderingen

Het succesvol uitvoeren van je planning hangt voor een deel van jezelf af, maar is ook onderhevig aan de grillen van je klanten en collega’s. Denk maar aan een deadline die vervroegd wordt, een onverwachte meeting enz. Onverwachte veranderingen kunnen mij stress geven omdat mijn planning, mijn houvast dan plots niets meer waard lijkt. Ik probeer daarom mijn planning te zien als een schuifpuzzel met een leeg vakje als marge. Wanneer ik door veel veranderingen overweldigd dreig te geraken, maak ik meteen een actieplan. Ik herbekijk mijn to do’s, herschik mijn prioriteiten en hermaak mijn planning voor die dag of week.
Sommige afwijkingen van je werkroutine kan je wel zien aankomen: feestdagen, een week vakantie, iemand die ontslag gaat nemen en van wie je het werk tijdelijk moet overnemen, drukke periodes die elk jaar terugkomen enz. In die gevallen probeer ik die momenten zo goed mogelijk voor te bereiden door bijvoorbeeld op voorhand te werken of collega’s op tijd te briefen. Kijk dus ver genoeg vooruit en stem je planning af op de situatie.

Uit het oog, uit het hoofd

Ik geef alles graag een plaats. Zo vind ik zaken snel terug en krijg ik meer rust in mijn hoofd en dus ook meer ruimte in mijn werkgeheugen. Paperassen orden ik in mapjes in papiervakken en ook op mijn computer en in mijn mailbox houd ik alles netjes bij in mappen.
Alles wat ik op het moment zelf niet nodig heb, probeer ik zoveel mogelijk uit het zicht te leggen. Zeker de dingen die niets met het werk te maken hebben en alleen maar kunnen afleiden. Bij gebrek aan een ladeblok, heb ik mij een lege doos printpapier toegeëigend en op de computerbak onder mijn bureau gezet. Hierin deponeer ik dingen zoals koekjes, kauwgom en zakdoeken. Voor papieren documenten heb ik een papiervak kunnen bemachtigen. Wat ik ook altijd doe op het einde van de werkdag is alles mooi opruimen en mijn planning voor de volgende dag klaarleggen.
Ook de plek van mijn bureau is erg belangrijk. Ik heb het geluk dat ik een werkplek heb waar geen of weinig doorgang is. Er is niets zo nefast voor je concentratie en je stressniveau als mensen die de hele dag rakelings naast je bureau wandelen en doodleuk je personal bubble vertrappelen. Ik zit met mijn rug tegen een muur en aan mijn rechterkant is een raam. Ik heb dus enkel links en voor mij collega’s zitten. Maar we hebben niets van schermen tussen onze bureaus. Dus hoe netjes mijn bureau er ook bijligt, de rommel op de bureaus van mijn collega’s komt bij mij constant binnen. Om mij toch een beetje een cocongevoel te geven en mij wat af te schermen van visuele prikkels heb ik mijn computerscherm en papiervakken zo geplaatst dat ik een bescheiden burchtje heb.

Tsjaikovski en oordopjes

Rinkelende telefoons, collega’s die door elkaar praten, het verkeerslawaai buiten, een tikkende verwarming… alle geluiden kunnen een bron van uitputting en afleiding zijn. Ik ben dan ook verknocht aan_mijn koptelefoon die mij in de jungle van het open kantoorlandschap toch enige rust kan bieden. De muziek die ik beluister hangt af van mijn stemming. Wanneer ik mij moet kunnen concentreren kies ik voor Tsjaikovksi, natuurgeluiden, white noise of study sounds. Keuze genoeg op Youtube. Wanneer mijn gedachten alle kanten opspringen en ik maar niet vooruit geraak, kies ik eerder voor up tempo nummers om mij in de juiste mindset te brengen. Het gebeurt ook dat ik gewoon mijn koptelefoon opzet zonder muziek om mij wat meer afgesloten te voelen. Soms doe ik oordopjes in met mijn koptelefoon erbovenop. Eindelijk stilte! Alleen lastig wanneer je aanspreekbaar moet zijn, dan is het wat ongepast.

Het belang van pauzes

Een andere bron van afleiding zijn mijn eigen gedachten. Ze razen door mijn hoofd, gaan alle richtingen uit en schreeuwen om mijn aandacht. Wat helpt is een notablokje in de buurt leggen en steeds terugkerende gedachten op te schrijven. Wat ik soms ook doe, is proberen om mijn aandacht onverdeeld te richten op één ding, bijvoorbeeld op een liedje dat ik met mijn volle aandacht probeer te beluisteren. Op die manier wordt de storm in mijn hoofd toch even onderbroken en worden al mijn uiteenlopende gedachten weer gebundeld. Zo kan ik weer een poging doen om mijn aandacht op mijn werk te richten.
Iets wat ik nog vaak vergeet te doen is pauzeren. Af en toe een kleine pauze nemen is nochtans noodzakelijk voor verschillende zaken. Zo laat een pauze mij toe om even mijn gedachten te verzetten zodat ik weer met een helder hoofd verder aan de slag kan. Zeker wanneer mijn inspiratie vastloopt, ik de oorzaak van een probleem maar niet kan vinden of ik mij maar niet kan concentreren, helpt een wandelingetje naar de waterkoeler, een praatje met een collega of gewoon even door een nieuwssite scrollen om met een frissere blik en een rustiger gevoel mijn werk te hervatten.
Wandel ook eens door de gang, op de trappen of even naar buiten als dat kan. Dit is belangrijk als je niet goed stil kan zitten, de vermoeidheid toeslaat of als je de opbouw aan prikkels in een drukke werkomgeving wil verbreken. Door te bewegen gaat je bloed beter stromen en krijgen je hersenen meer zuurstof. Je krijgt dus meer energie en je gaat je weer iets beter kunnen concentreren.

De vloek van pendelen

Eén van de zwaarste aspecten aan werken is voor mij het dagelijks pendelen. Ik woon in Antwerpen en doe er van deur tot deur een kleine anderhalf uur over om - per trein en een deel te voet - op mijn werk in Brussel te geraken. Dit verlengt mijn werkdag met bijna 3 uur en maakt dat ik rond 6u ’s morgens al uit de veren moet. Als je bedenkt dat een werkdag op zich al zo uitputtend is, kan je je wel inbeelden dat de korte nachten mij niet bepaald vooruit helpen. Zeker niet wanneer vroeg onder de wol kruipen niet altijd een optie is door een druk avondprogramma. Bovendien is het hele traject een vuurpeloton aan vermoeiende prikkels: de drukte in de stations, overvolle treinen, luide medereizigers, het drukke Brusselse verkeer wanneer ik 20 minuten te voet van het noordstation naar het werk wandel… En dan heb ik het nog niet over de vele vertragingen, afschaffingen, stakingen, spoorveranderingen en zelfs bommeldingen die ons te pas en te onpas voorgeschoteld worden. Gelukkig heb ik glijdende werkuren zodat ik de verloren werktijd kan inhalen wanneer ik ’s morgens te laat kom. Oordopjes zijn intussen een onmisbaar attribuut geworden om niet compleet uitgeblust aan te komen. Sinds kort mag ik wel een dag per week van thuis werken. Dat verschil voel ik voornamelijk de avond ervoor, want dan ben ik veel meer ontspannen. Pas dan besef ik in welke mate het pendelen mij stresseert en vermoeit.
Een oplossing voor dit probleem zou uiteraard heel eenvoudig kunnen zijn, namelijk werk zoeken dicht bij huis. Maar een nieuwe baan zoeken vraagt enorm veel tijd en energie en is dus niet eenvoudig na een lange werkdag. Bovendien ben ik momenteel erg blij met mijn job en klikt het goed met mijn collega’s. Ik ben dus nog niet meteen bereid om dit allemaal op de helling te zetten in ruil voor tijdswinst, want je weet natuurlijk nooit waar je terechtkomt.

Vertellen of niet?

Of het een voor- of een nadeel is om op je werk uit de kast te komen, is voor iedereen anders en hangt af van de situatie. Zelf heb ik het niet verteld. Ik heb mijn diagnose ook pas gekregen toen ik er al meer dan een jaar aan de slag was. Mijn baas en collega’s kenden mijn sterke en zwakke punten ondertussen al. Of die nu onder de noemer autisme geplaatst worden of niet, maakt in mijn geval weinig uit. Maar mijn blog – waarop ik soms over autisme schrijf – is wel gewoon openbaar. Dus wie mij googelt, zal het ook meteen te weten komen. Ik heb natuurlijk getwijfeld of ik dit wel op mijn blog zou gooien, maar de nood om erover te schrijven heeft het uiteindelijk gehaald.

Je authenticiteit niet verliezen

Ondanks de vele coping mechanismen is voltijds werken nog steeds allesbehalve vanzelfsprekend voor mij. Een coping mechanisme is dan ook niet meer dan een inspanning om een moeilijke situatie draaglijker te maken, een manier om te functioneren in een maatschappij die niet op ons is afgestemd, een manier om te overleven. Maar tegen welke prijs? Het is een moeilijke evenwichtsoefening om naast al dat compenseren en camoufleren ook onze grenzen te bewaken en onze authenticiteit niet te verliezen. Want als we nooit onszelf kunnen zijn, overleven we het ook niet.

Elise blogt op https://www.mysig.be

Elise: VVA magazine winter 2016

 

 

 
 
FacebookTwitter