Mijn diagnose nam een groot schuldgevoel weg


Zoals veel vrouwen met autisme en ADHD kreeg ik mijn diagnoses pas op volwassen leeftijd (26-27 jaar). Mijn jeugd- en studentenjaren beleven met beide aandoeningen, maar zonder officiële diagnoses heeft zowel voor- als nadelen gehad.

Al van in de kleuterschool was ik altijd heel traag in alles wat ik deed en was ik constant dromerig en afgeleid. Het was voor mij bijvoorbeeld echt een beproeving om toetsen binnen de voorziene tijd ingevuld te krijgen. Maar mijn punten waren goed en mijn dromerigheid werd o.a. toegeschreven aan het feit dat ik van eind december ben.
Ook eten was een bijzonder traag en moeilijk proces. Ik lustte weinig en ook de bereiding was bepalend. Zo hou ik van koude, gladde appelmoes zonder stukjes. Maar warme appelmoes met brokjes krijg ik nog steeds niet door mijn keel. Dit leidde tot heel wat commentaar en onbegrip van anderen.
Vooral in sociale settings waren mijn autisme en ADHD voor mij altijd voelbaar. Vriendschappen sluiten, erbij horen enz. liepen niet van een leien dakje, maar ik had geen idee waar het fout liep en wat ik er dus aan kon doen.

ZEVEN JAAR ZOEKEN

Rond mijn 19 raakte ik er steeds meer van overtuigd dat het kind een naam had en wou ik niet liever dan te weten wat het was, zodat ik efficiënter aan oplossingen kon werken i.p.v. in het duister te blijven tasten. Dat ik mijn diagnoses na meer dan zeven jaar zoeken uiteindelijk heb gekregen, heb ik volledig aan mezelf te danken, want niemand kon de puzzel leggen tot ik uiteindelijk zelf met het antwoord kwam.

HET WAS NIET MIJN SCHULD

Mijn diagnoses hebben een enorm schuldgevoel weggenomen. Want het grootste nadeel van zonder diagnose leven, is het gebrek aan begrip en ondersteuning. De lat ligt voor jou even hoog als voor de anderen en je moet je plan maar trekken. Maar het moeilijkste was het gebrek aan begrip van mezelf. Vóór mijn diagnoses dacht ik dat alles wat moeizaam ging mijn schuld was. Meer nog, ik schaamde mij en vond dat ik nog harder mijn best moest doen. Als ik mezelf beter had begrepen, dan had ik hier beter mee kunnen omgaan. Ik had misschien andere studiekeuzes gemaakt die beter bij mij hadden gepast. Het is bovendien bijzonder uitputtend om jezelf dagelijks te moeten forceren en je anders-zijn te camoufleren. De diagnoses - en dus de erkenning - waren een hele opluchting. Eindelijk had ik een verklaring en besefte ik dat ik het helemaal nog zo slecht niet deed.

Wat eveneens fijn was, was te ontdekken dat ik niet alleen ben. De eerste keer dat ik naar een lezing voor en door personen met autisme ging, was het alsof ik mijn hele leven de laatst overgeblevene dacht te zijn van mijn stam en als bij wonder mijn verloren volk had teruggevonden. Iedereen was ‘normaal’ en ik voelde mij thuis bij deze lieve, slimme en interessante mensen.

CAMOUFLEREN EN COMPENSEREN

Maar ook nu na mijn diagnoses voer ik mijn strijd nog grotendeels alleen omdat hij niet zichtbaar is voor anderen. Aan de oppervlakte lijk ik namelijk perfect mee te kunnen. Maar zoals veel personen die pas op latere leeftijd gediagnosticeerd worden, weet ik mijn autisme en ADHD al van jongs af aan heel goed te camoufleren en compenseren.

SOCIALE ONHANDIGHEID CAMOUFLEREN: OBSERVEREN EN KOPIËREN

Ik ben geen sociale heldin en heb snel het gevoel door de mand te vallen in sociale situaties. Ik weet niet wat zeggen, weet mij geen houding aan te nemen enz. Dus begon ik mensen die wel 'social butterflies' zijn te observeren om hun gedrag vervolgens te kunnen kopiëren, maar dan op een manier die toch eigen is aan mij. Zo had ik door te observeren gemerkt dat één van mijn vriendinnen, die met iedereen vlotjes een gesprek weet aan te knopen en erg geliefd is, mensen veel vragen stelt, aandachtig luistert en verder inpikt op wat ze vertellen. Vragen stellen is een handige truc als je zelf geen vlotte prater bent. Bovendien geef je een geïnteresseerde indruk, wat veel mensen flatteert. In kleine groepjes lukt het mij min of meer om dit toe te passen, maar wanneer er in drukkere situaties te veel op mij afkomt, sta ik toch vaak onwennig rond te draaien en klap ik wel dicht. Maar omdat er meer mensen zijn valt het voor anderen minder op.
Nog iets dat belangrijk is op sociaal vlak en dat ik mezelf ook heb moeten aanleren, is tonen dat ik luister door mijn gesprekspartner aan te kijken, te knikken en er af en toe een woord of zinnetje tussen te gooien zoals ‘inderdaad’ of ‘dat kan ik mij voorstellen’. De andere kant opkijken wanneer iemand met me praat en niet reageren omdat er mij geen vraag wordt gesteld, geeft blijkbaar een onverschillige en zelfs arrogante indruk. Oeps!

ONVOORSPELBAARHEID COMPENSEREN

Wat voor mij erg moeilijk en beangstigend is, is omgaan met nieuwe situaties en onverwachte wendingen. Maar omdat ik niet ‘de flauwe’ wil zijn en niet altijd op begrip kan rekenen, bereid ik mij steeds voor op alle mogelijke scenario’s. Voor elk scenario heb ik als het ware een volledig uitgewerkt script klaarstaan om op het moment zelf niet te moeten beginnen nadenken, want dat lukt vaak niet omdat ik te veel overweldigd of zenuwachtig ben. Bijvoorbeeld met vrienden ’s avonds afspreken in een andere stad en niet weten om hoe laat het gedaan zal zijn. Dan heb ik niet alleen een stadsplan, de uurroosters van het openbaar vervoer en telefoonnummers van taxi’s (en genoeg cash) bij, maar voor elk vertrekuur van de trein noteer ik ook op voorhand om hoe laat ik dan naar het station zou moeten vertrekken zodat ik ook daar op het moment zelf niet moet over gaan nadenken.

CONCENTRATIE MET ADHD/AUTISME COMPENSEREN

Eén van de grootste uitdagingen is het compenseren van mijn bijzonder zwakke concentratievermogen. Twee blaadjes instuderen voor een toets in de lagere school nam een heel weekend in beslag. In het middelbaar en daarna tijdens mijn hogere studies werd studeren uiteraard alleen maar zwaarder, dus moest ik er wel iets op vinden om mee te blijven. Zo leerde ik mezelf plannen, omgaan met afleiding en paste ik een eigen, omgekeerde, studiemethode toe: bottom-up studeren. Ook op het werk en thuis spelen autisme en ADHD mij enorm parten om dingen gedaan te krijgen en moet ik mij steeds behelpen met allerlei trucjes en systemen.

GRENZEN VERLEGGEN

Ondanks het feit dat camoufleren en opgroeien zonder diagnoses bijzonder zwaar is, heeft het mij ook iets opgeleverd. Zonder diagnoses ging ik er altijd van uit dat ik alles kon bereiken wat ik wou, als ik er maar hard genoeg voor werkte. Ik zag geen enkele reden waarom ik iets niet zou kunnen dat iemand anders wel kon. Door deze ingesteldheid heb ik serieus mijn grenzen verlegd. Had ik mijn diagnoses vroeger gekend, dan had ik misschien veel dingen - zoals hogere studies - niet durven aanvatten. Ik zou mijn capaciteiten misschien wel lager ingeschat hebben, waardoor ik minder bereikt zou hebben.
Zonder diagnoses heb ik bovendien weinig te maken gekregen met stempels of vooroordelen en heb ik naar mijn gevoel niet minder kansen gekregen dan iemand anders.

Elise blogt op https://www.mysig.be

Elise: VVA magazine herfst 2018

 
 
 
FacebookTwitter