Wat ik nodig heb in een job om mezelf te kunnen zijn

“Neem toch een sabbatjaar.” 

Dit kreeg ik regelmatig te horen van mijn ouders. Na mijn middelbare school. Na mijn hogeschoolopleiding en na de universiteit. Ik weigerde steeds omdat ik er de noodzaak niet van inzag. Alles lukte en pijn en vermoeidheid moest je mijns inziens kunnen verdragen als je verder wilde komen in het leven. Hoe meer klachten ik kreeg, hoe harder ik werkte om ze maar niet te hoeven voelen. 

Dit kon ik lang volhouden, maar met een bijna lege tank startte ik mijn eerste werkervaring, waarna ook mijn laatste beetje energie wegebde. Mijn burn-out dacht ik aan te pakken door een eenvoudigere job te vinden, onder mijn niveau. Ik vond deze job, maar ook dat geestdodend werk bracht geen verlichting. Integendeel. Ik voelde mezelf steeds verder wegglijden en alles gebeurde op automatische piloot. Toch was men tevreden over mijn werk en na een interimperiode van 6 maanden kreeg ik een vast contract aangeboden. Ik weigerde en gaf mijn ontslag. Mijn burn-out leek veranderd in een bore-out. Van zodra mijn werk wegviel zette ik mij weer voor de computer om te solliciteren. Toen ik merkte dat het mij zelfs niet lukte om een vacature fatsoenlijk te begrijpen, besloot ik de stekker eruit te trekken. Ik zou een paar maanden tijd nemen voor mezelf om daarna de draad weer op te pikken. Helaas moest ik dit wel zonder inkomsten doen, omdat ik geen recht had op eender welke uitkering. Gelukkig verbleef ik nog in hotel mama. Die paar maanden geplande tijd voor mezelf werden echter drie jaar.  

Pas na drie jaar voelde ik me goed genoeg om opnieuw een betaalde job te zoeken. Ik had ook niet de hele tijd stilgezeten maar mijn energieniveau opgebouwd door vrijwilligerswerk te doen. Na een stage kreeg ik een vervangingscontract van drie maanden (halftijds). Het deed goed om weer aan het werk te zijn en ik voelde mijn zelfvertrouwen opnieuw toenemen. Men was zeer tevreden over mij, maar jammer genoeg was er geen mogelijkheid om het contract te verlengen.  

Weer ging ik met hernieuwde moed solliciteren. Inmiddels zijn we bijna zeven maanden verder en ben ik helaas tot de vaststelling gekomen dat ik misschien wel klaar ben voor de arbeidsmarkt, maar dat die arbeidsmarkt niet klaar is voor mij. Mijn zelfvertrouwen is gedaald en ik ben op sommige momenten een cynisch en bitter persoon.

“We denken dat de job te weinig gestructureerd voor je gaat zijn.”

Dit krijg ik meermaals in deze of andere bewoordingen te horen van werkgevers waarbij ik solliciteer. Van zodra ik meedeel dat ik autisme heb, lijk ik voor hen te veranderen in de stereotype autist die je in de meeste films te zien krijgt. Ik voel mij niet echt gehoord en krijg niet de kans om duidelijk te maken dat wat ik nodig heb niet eens zo ver staat van wat zij zoeken.  
Wat heb ik dan precies nodig? Een uitdagende job waarbij er een goede afwisseling is tussen administratief werk en sociale contacten. Omdat ik leergierig ben, heb ik het nodig om steeds nieuwe dingen te leren en mezelf te verbeteren. Ik krijg energie van activiteiten die een maatschappelijke meerwaarde leveren en mij intellectueel uitdagen. Daarom heb ik ook maatschappelijk werk gestudeerd, omdat ik graag mijn bijdrage wil leveren aan een beter welzijn voor kwetsbare mensen.  

Omdat ik maar een beperkte sociale batterij heb, kunnen gesprekken met mensen vermoeiend zijn. Er is dus een goede afweging nodig tussen enerzijds voldoende persoonlijk contact om gemotiveerd te blijven en anderzijds niet te veel om niet overprikkeld te worden. Verder is het voor mij van belang dat sociale contacten zo doelgericht en gestructureerd mogelijk verlopen. Daarmee bedoel ik niet dat de gesprekken met mensen volledig voorspelbaar moeten zijn. Dat is niet nodig en is ook niet wenselijk. Ik kan prima luisteren naar verhalen over moeilijke gezinssituaties, financiële problemen en gevoelens van verdriet en teleurstelling. Wat ik wel goed moet weten is wat ik in mijn functie voor die persoon kan betekenen. Jobs zoals straathoekwerker of buurtwerker vallen voor mij af, omdat ze te breed zijn en het vaak voor de maatschappelijk werker niet meteen duidelijk is wat die kan betekenen voor de mensen die om hulp vragen. Hun hulpvragen gaan over verschillende problemen tegelijk en eisen dan ook een aanpak op diverse domeinen.  


Ik hou meer van afgelijnde functies waarbij ik bv. verantwoordelijk ben voor wonen, vrijetijdsbesteding of ziektekosten. In het verleden heb ik gewerkt als maatschappelijk werker bij een OCMW. Deze job was voor mij zeer moeilijk omwille van de punten die ik hiervoor noemde. Een cliënt komt naar een OCMW omdat hij problemen heeft met het betalen van facturen, mentale ondersteuning nodig heeft, op zoek is naar een woning en werk, conflicten heeft met zijn kinderen… Dit allemaal tegelijk. Dat is voor mij zo’n overload aan informatie dat ik door de bomen het bos niet meer zie en niet meer doelgericht kan werken. Een meer afgebakende functie, waarbij ik bv. enkel insta voor woonbegeleiding, past beter bij mij. Dat is heel specifiek en afgelijnd. Verder hou ik van afwisselende taken, maar heb ik het ook nodig om soms gestructureerde, repetitieve opdrachten uit te voeren. Dit vraagt dus een functie waarbij er vaste, steeds terugkerende taken zijn en nieuwe taken die iedere week anders zijn. Zoals je merkt, draait het bij mij allemaal om een goede balans. Ik kan veel, zolang de weegschaal maar voldoende in evenwicht is.  

“Welke ondersteuning heb je nodig van ons?”

Dit is helaas een vraag die ik te weinig van werkgevers krijg. Toch is dit een goede vraag omdat ik hiermee kan weerleggen dat ik veel ondersteuning zou nodig hebben, zoals vaak gedacht wordt. In mijn geval gaat het om eenvoudige, maar wel noodzakelijke aanpassingen. Allereerst is het voor mij belangrijk dat ik de tijd en ondersteuning krijg om mij aan te passen aan een nieuwe omgeving met nieuwe informatie. Een mentor kan mij helpen om die eerste weken of maanden door te komen. Die mentor kan een collega zijn die een deel van diens tijd mag besteden aan het beantwoorden van mijn vragen. Dit hoeft heus niet veel tijd te zijn omdat ik voldoende zelfstandig kan werken. Het is voor mij ook nodig dat ik voldoende feedback krijg, zodat ik weet of ik goed bezig ben. Verder is het belangrijk dat ik kan werken in een prikkelarme ruimte. Dus geen landschapskantoren waarbij we met twintig mensen samen zitten. Wel is het prima om met een zestal personen samen te zitten in een compacte ruimte. Ook is het zinvol als er aparte lokalen zijn waar ik mij kan terugtrekken als ik vermoeid raak en even zelfstandig wil werken. Deze aanpassingen vragen dus geen intensieve ondersteuning van de werkgever, noch zorgen ze voor extra kosten. Ik heb bovendien recht op individueel maatwerk, waardoor werkgevers in principe een deel van de loonkosten terugbetaald kunnen krijgen.  

“Misschien moet je je autisme verzwijgen totdat je de job hebt.”

Tijdens mijn sollicitaties merk ik dat er weinig ruimte is om open te zijn over mijn autisme. De werkgever vormt zich vaak al een beeld van autisme dat niet strookt met wie ik ben.  
Het blijkt heel moeilijk om werkgevers van die vooroordelen af te helpen. Daarom geven veel mensen mij de tip om mijn autisme pas te benoemen op het moment dat ik de job heb. Dit brengt mij echter in een moeilijke situatie. Ik wil graag mijn autisme benoemen omdat ik hiermee voorkom dat ik ga camoufleren. Veel mensen met autisme ervaren hoe intensief het is om dit te verbergen om toch maar in de pas te kunnen lopen. Een werkgever die vanaf het begin weet dat ik autisme heb en mij desondanks aanneemt, bevrijdt mij van de last dit te moeten verbergen. Voor mij persoonlijk is dit enorm belangrijk, omdat ik gedurende mijn leven veel heb gecamoufleerd en hiervoor ook een hoge prijs heb betaald. Ook betekent het verzwijgen hiervan dat ik het niet kan hebben over de premie die een werkgever ontvangt, wanneer ze mij aannemen. Ik heb immers recht op aanpassingen in het kader van individueel maatwerk. Je begrijpt het dilemma: het benoemen van mijn autisme kan een voordeel en nadeel zijn, afhankelijk van de ingesteldheid van de werkgever.  

“We moeten langdurig werkzoekenden meer aan het werk krijgen.”

Dit laatste puntje gaat over het politieke discours. En dan heb ik het over de maatregel om de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. In die groep langdurig werklozen zitten ook mensen met autisme en zij worden dus indirect ook aangesproken. De verantwoordelijkheid wordt nu sterk bij de werklozen en de VDAB gelegd, terwijl er te weinig wordt ingezet op het sensibiliseren van de werkgevers. Hoeveel begeleiding de VDAB – of een andere arbeidsbemiddelingsinstantie – je ook biedt, het is een bedrijf dat je moet aannemen en niet de VDAB. De rol van de overheid is dus om werkgevers te wijzen op hun verantwoordelijkheid om ook mensen met een arbeidsbeperking – o.a. autisme – een duurzame job aan te bieden.  
Een ander probleem is dat er nog te weinig deeltijdse jobs beschikbaar zijn. Dit is een groot knelpunt, omdat mensen met autisme niet altijd in staat zijn om voltijds te werken en gebaat zouden zijn met minder arbeidsuren. Ik zou nog veel meer kunnen vertellen, maar ik wil het hierbij afsluiten. Het moge duidelijk zijn dat er nog veel werk is om mensen met autisme – en bij uitbreiding ook andere personen met een beperking – gelijkwaardig te laten deelnemen aan de arbeidsmarkt. 

Tot slot 

Ik hoop ooit op een morgen wakker te worden met een glimlach op mijn gezicht, wetende dat ik een leuke job heb, goed betaald word en mijn leven kan vormgeven zoals ik dat wil. Dit in een autismevriendelijke omgeving, met aangepaste jobs voor iedereen die daar nood aan heeft. Zo onrealistisch is mijn droom toch niet, toch? 

Desmond 

‘Desmond’ is een schuilnaam. Zijn identiteit is bij de redactie gekend. 

Meer informatie over individueel maatwerk vind je op volgende websites: 

Individueel maatwerk werknemers | VDAB 

Individueel maatwerk | Vlaanderen.be

Infopunt

Vragen over hoe je autisme een plek geeft in je leven bij jezelf, je kind, partner, collega of iemand anders? Onze vrijwilligers luisteren naar jouw verhaal en denken mee over jouw vragen en bezorgdheden.