Genieten van het studentenleven met ASS

Onlangs is er ASS bij mij vastgesteld, maar ik had wel al langer een vermoeden. Ik ben Charlotte Beerten een 21-jarige studente ecotechnologie.

Ik heb altijd de ambitie gehad om verder te studeren. Studeren en nieuwe dingen leren vind ik rustgevend. Na mijn middelbaar startte ik aan de opleiding industrieel ingenieur op de universiteit. De opleiding voldeed niet aan mijn verwachtingen, dus stopte ik met die richting. Voordat ik zeker was van mijn beslissing wou ik geen andere studie beginnen. Ik vertrok voor een maand naar Spanje om vrijwilligerswerk te doen met mensen die ik niet kende in een taal die ik niet sprak. Op de locatie waar het vrijwilligerswerk plaats vond werd geen afval gecreëerd en het eiland werkte voor 85% op hernieuwbare energie. Mijn interesse naar ecologie en wetenschap bloeide open. Hierdoor koos ik voor de opleiding ecotechnologie aan de hogeschool. Dit betekende dat ik naar de andere kant van het land op kot moest gaan.

Onderweg van school naar het kot bedenk ik een aantal interessante verhalen over dingen die gebeurd zijn, hierdoor is een gesprek aangaan minder stressvol.

Op kot gaan

Veel dagdagelijkse zaken veranderden zowel positief als negatief. Ik kan kiezen wanneer ik ga eten en wanneer ik poets of de was doe. Op sommige vlakken ben ik volledig afhankelijk van mezelf en dat kan soms stresserend zijn. Zelfs na het tweede jaar kan ik de eerste dag terug op kot niet slapen.

Van nature leer ik graag nieuwe mensen kennen waarbij ik steeds dezelfde verhalen kan vertellen. Wanneer je deze mensen vaker tegenkomt weet ik uiteindelijk niet meer waarover ik kan praten. Op kot komt dit vaak voor. Je woont met andere samen voor een lange periode. Ik vond hiervoor een oplossing, onderweg van school naar het kot bedenk ik een aantal interessante verhalen over dingen die gebeurd zijn. Hierdoor is een gesprek aangaan minder stressvol. Er zijn genoeg mensen op mijn kot aanwezig dus kan ik deze herhaaldelijk vertellen. Ik heb mezelf voorgenomen vaak genoeg buiten te komen en niet enkel te studeren, omdat ik van jongs af aan heb geleerd dat sociale contacten belangrijk zijn. Op mijn planning staan lege momenten wanneer ik “ja” kan zeggen als mensen me ergens mee naartoe vragen. Dit kan zijn naar de winkel gaan, op café gaan, een filmavond houden of gewoon samen iets drinken op kot. Soms is er toch te veel lawaai in gemeenschappelijke ruimtes en trek ik me terug op mijn kamer.

Doordat ik veel in alle hoekjes van een kamer kijk is het moeilijk om geen smetvrees te krijgen op een kot. Er kan altijd onverwachts iets beschimmeld in de frigo zitten, een tafel niet gekuist zijn of haren in de douche liggen. Samenleven is op kot in het begin daarom moeilijk, maar zelf alles opruimen kost veel tijd. Ik heb geleerd op een assertieve manier mijn frustraties tegen kot-genoten te zeggen of schrijf het op ons whiteboard dat in de keuken hangt.

Deadlines zet ik in de Google agenda van mijn smartphone, als ik verschillende datums doorkrijg vraag ik altijd bevestiging aan de docenten.

Op een hogeschool zitten

Er moet op de hogeschool veel meer zelfstandig gestudeerd worden dan op een middelbare school. De werkdruk op de universiteit en hogeschool was voor mij dezelfde, maar op een andere manier. Op de universiteit is de competitie groot en examens cruciaal. In de hogeschool zijn het de continue deadlines die voor een hoge werkdruk zorgen. De school weet nog niet officieel dat ik ASS heb, want dit is pas vastgesteld. Wel weet de psycholoog van de school, waar ik tweewekelijks naartoe ga, ervan.

Via de school zal ik geen extra speciale voorzieningen verkrijgen, omdat ik dyslexie heb en deze al ontvang. Ik krijg langer tijd voor examens, mag in een prikkelarm lokaal gaan zitten en mijn vragen kunnen voorgelezen en uitgelegd worden. Ik kies ervoor om bij mijn klasgenoten in het examenlokaal te zitten omdat ik anders langer dan een maand niemand zie en ik mijn frustraties anders bij niemand kwijt kan.

Niet enkel tijdens de examens ondervind ik stress door school ook gedurende het jaar. Deadlines worden ofwel mondeling, via e-mail of het platform van de school meegedeeld en deze data komen niet altijd overeen. Om dit bij te houden plaats ik voor mezelf elke deadline via de app van Google agenda in mijn smartphone. Indien we verschillende datums doorkrijgen vraag ik altijd bevestiging aan de docenten.

In de lessen zelf kunnen docenten soms tegenstrijdige verhalen vertellen. Ik stel dus veel vragen om zeker te zijn dat ik het juiste leer, soms tot frustratie van de leerkracht. Geen enkele docent is hetzelfde en vakken of examens kunnen op een andere manier gegeven worden. Het is dus telkens opnieuw zoeken naar een manier om een planning bij te houden en zoeken hoe een vak gestudeerd kan worden. Uiteindelijk vind ik het altijd het belangrijkste een goede balans te zoeken in mijn planning van dingen die moeten en dingen die mogen.

 

Charlotte Beerten

FacebookTwitter